De eerste gevallen in decennia en de reactie van de autoriteiten
De Spaanse overheid, vertegenwoordigd door het Ministerie van Landbouw, Visserij en Voeding, heeft recentelijk gewaarschuwd na het ontdekken van twee gevallen van Afrikaanse varkenspest (AVP) bij wilde zwijnen in Bellaterra, nabij Barcelona. Deze bevestigde infecties, vastgesteld door het Centraal Veterinair Laboratorium in Algete, vormen de eerste identificatie van de ziekte in Spanje sinds november 1994. De aanwezigheid van deze ziekte brengt aanzienlijke risico’s met zich mee, vooral voor de exportsector van varkensvlees.
Overheidsmaatregelen en preventieve acties
Na een dringende bijeenkomst van het Emergency Veterinary Alert Network (Rasve), werd het protocol voor bestrijding van AVP in werking gesteld en werd dit gemeld aan de Europese Commissie. Volgens Emilio García Muro, de algemeen directeur voor de volksgezondheid binnen de agrarische productie, kan het volledig uitroeien van de ziekte in Spanje naar schatting minimaal twaalf maanden duren, afhankelijk van de uitvoering en naleving van maatregelen.
Vogelvrije zones en restricties
De veterinair specialisten constateerden het gebruik van twee kadavers van wilde zwijnen in de buurt van de campus van de Universitat Autònoma de Barcelona, ongeveer één kilometer uit elkaar. Om verdere verspreiding te voorkomen, wordt een bufferzone van 20 kilometer rondom het getroffen gebied ingericht, waarbij fysieke omheining wordt aangebracht. Het behoud van de dieren in rust wordt prioriteit, wat betekent dat jagen en verjagen worden verboden. Daarnaast wordt actief gezocht naar andere kadavers en worden de bewegingen van ongeveer 39 getroffen bedrijven strikt gereguleerd. Binnen deze zone is geen veetransport toegestaan, terwijl er buiten de zone vrije beweging blijft bestaan. Zo kunnen varkensbedrijven op 25 kilometer afstand van het epicentrum hun dieren nog wel verplaatsen, maar binnen de restrictiezone gelden strikte controlemaatregelen voor zowel het vlees als de dieren zelf.
Gezondheids- en economische implicaties
De Afrikaanse varkenspest wordt niet als een overdraagbare ziekte voor mensen beschouwd, wat betekent dat de volksgezondheid er niet direct door wordt bedreigd. Toch brengt de ziekte significant economisch risico met zich mee, vooral voor de varkenssector. Momenteel bestaan er geen vaccins tegen AVP vanwege de complexiteit van het virus, dat voortdurend muteert, wat de ontwikkeling van effectieve immunisaties bemoeilijkt. De ziekte komt sinds 2014 voor in de Europese Unie, met aanwezigheid in landen als Italië, Duitsland, Polen, Estland, Letland, Litouwen, Slowakije, Tsjechië, Hongarije, Griekenland, Roemenië, Bulgarije en Kroatië.
Effecten op de exportmarkt en internationale handel
De uitbraak zal de Spaanse varkensindustrie ongetwijfeld treffen, vooral door beperkingen op export. Zodra een besmettingshaard wordt vastgesteld, worden automatisch de inspectie- en certificeringsprocedures stopgezet voor ongeveer 400 exportcertificaten die naar 120 landen gaan. In het bijzonder heeft Japan allang haar importverbod voor Spaanse varkensvlees versterkt, terwijl Mexico de onderhandelingen heeft opgeschoten. In tegenstelling tot sommige landen, zoals de Verenigde Staten, Korea en het Verenigd Koninkrijk, erkent de Europese Unie de regionale verschillen in de controlemaatregelen en blijft het binnen de EU vrije beweging voor vleesproducten en levende dieren rondom de restrictiezone.
Evaluatie door China en de handelstatus
China, een belangrijke afzetmarkt voor Spaans varkensvlees, heeft de Spaanse overheid geïnformeerd over de bevestigde gevallen en het blokkeren van certificaten. Chinese autoriteiten evalueren nog steeds de situatie, waarbij recentelijk de certificeringsuitgifte werd stopgezet. Spanje shopt ongeveer 540.000 ton vlees naar China met een waarde van circa één miljard euro. Het afgelasten van certificaten betekent dat de export vanuit bepaalde Spaanse regio’s, zoals Barcelona, tijdelijk stil ligt, afhankelijk van de activatie van regionale protocollen. De Spaanse algemeen directeur benadrukt dat het marktaanbod binnen de EU onbeperkt blijft, zolang de transportrestricties binnen de vastgestelde perimeter worden nageleefd.









